|
|
Bent u een vreugdebode?
Binnen enkele maanden was Martha volledig bedpatiënt geworden.
Ze was gebonden aan haar eigen huis, haar eigen kamer, haar eigen bed.
Het pittige witharige dametje had eerst heel wat te verwerken.
Het was niet gemakkelijk om opeens helemaal aan de kant te staan.
Maar na veel nadenken over de verandering die in haar leven had plaats gevonden,
nam ze twee belangrijke beslissingen.
Ten eerste besloot ze dat nu de Here deze beproeving op haar weg had geplaatst,
Hij daar een bedoeling mee moest hebben.
Ze wilde dat Hij tot Zijn doel zou komen.
Ze wilde proberen deze beproeving zo te dragen dat het zou zijn tot Zijn eer.
Ze besloot het opgewekt te aanvaarden, blij te dragen
en te trachten ondanks alles een zegen te zijn voor anderen.
Ten tweede was er het probleem hoe ze die lege uren op moest vullen.
Ze moesten niet verkwist worden, maar goed besteed – en Martha wist hoe ze dat moest doen.
Haar blauwe ogen straalden toen ze tegen een jonge bezoekster zei:
“Als ik dan aan de kant moet staan, dan ben ik dankbaar dat ik met Gods Woord sta!”
Het dierbare, oude boek, dat haar gids geweest was door haar hele leven,
was nu altijd binnen het bereik van haar tere handen.
Ze verheugde zich in de boodschap die daaruit tot haar kwam en borg
dierbare beloften weg in haar hart
om erover na te denken als ze ’s-nachts pijn had.
Wat een zegen werd zij voor haar bezoekers!
Als ze weer naar huis gingen, klonken in hun hart de bijbelwoorden na en
nieuwe waarheden over Gods Woord sprak ze tot iedereen die haar bezocht.
Op zekere zondag was ze op haar reis door de bijbel gekomen aan het veertigste hoofdstuk van Jesaja.
Het wonder van die prachtige dichterlijke woorden vervulden haar geest nog,
toen er een bezoeker werd binnen gelaten.
Het was een jonge man van de kerk. Hij beleed een christen te zijn,
maar hij straalde weinig uit van de blijdschap in de Here.
Hij was altijd cynisch en kritisch en had de gewoonte alleen maar te kijken naar de donkere kant van de dingen.
“Niet bepaald een ideale bezoeker voor een bedpatiënt”, dacht Martha.
Toen hij de kamer binnenkwam zuchtte ze en zond in stilte een gebed op dat ze hem zou mogen helpen..
Zoals gewoonlijk begon hij allerlei nare dingen op te sommen die er in de afgelopen week gebeurd waren.
Maar plotseling merkte hij dat ze niet echt naar hem luisterde;
ze keek hem wat vreemd aan: “Scheelt er iets aan?” informeerde hij.
Martha glimlachte en met een vonkje humor in haar ogen zei ze:
“O, Fred, ik wou dat je eens kon leren een Sion te zijn!”.
Hij keek haar beteuterd aan. “Een Sion?”vroeg hij.
“Ja een Sion!”weet je wel, uit het veertigste hoofdstuk van Jesaja
– ik heb het net vandaag gelezen:”vreugdebode Sion…..
”Ik wou dat jij mij eens een vreugdeboodschap bracht als je komt”.
Hij snapte het opeens en met een vuurrode kleur stamelde hij:
”Ja, ik….. ik wou…..ik zou u wel een vreugdeboodschap willen brengen,
als ik er één had, maar ik heb er geen”.
“Nou dan heb ik er één voor jou”, zei ze vrolijk.
Luister maar:”weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord?
Een eeuwig God is de Here, Schepper van de einden der aarde.
Hij wordt noch moede noch mat, Zijn verstand is niet te doorgronden.
Hij geeft de moede kracht en de machteloze vermeerdert Hij sterkte”.
Nou denk je niet dat dat een vreugdeboodschap is?
De jonge man knikte instemmend en ze ging verder:
Fred, dit hoofdstuk begint ermee dat God zegt”Troost, troost Mijn volk….
spreekt tot het hart van Jeruzalem…..” kijk dat zou jij moeten doen, Fred.
Dat zouden alle gelovigen moeten doen – troostvol spreken – troost brengen aan een ander “.
Ze zweeg even en ging toen verder:”Ik weet wel zeker dat God deze boodschap
ook voor ons bedoelde en niet alleen maar voor die ene profeet”.
Toen Fred naar huis reed, brandden de woorden van Jesaja in zijn hart.
Hij nam zich voor door Gods genade een “Sion” te worden.
Hij zou voortaan een vreugdeboodschap brengen in plaats van kommer en kwel.
Hij zou proberen Gods volk te troosten waar hij ook kwam.
En u? Bent u een Sion? Een vreugdebode?
Auteur : Ad Kelfkens
bravenet.com