untitled

 

 

 

Leven vanuit de Bron

Ieder gelovig mens verlangt naar een vruchtbaar en geestelijk gezond leven.
We hebben toegang tot kostbare schatten, die ons leven in alle opzichten kunnen verrijken. 
We zouden de meest stabiele mensen van de wereld moeten zijn, maar in de praktijk is dat vaak heel anders. Het lijkt soms wel of we van de ene identiteitscrisis naar de andere gaan.
We worden overrompeld door allerlei methodes om gezegend te worden, zodat we door de bomen het bos niet meer zien. En intussen lopen we met een grote boog om het belangrijkste heen, namelijk:
wie wij werkelijk zijn. Want een waarachtig gezegend leven vindt zijn  basis niet in wat we allemaal doen,
maar in wie we zijn.
Leven we vanuit een gezonde identiteit, dan volgt daarop een vruchtbaar en gezegend leven.
Maar hoe anders is vaak de realiteit.
We rennen van de ene samenkomst naar de andere, doen mee aan de vele aktiviteiten, enz.enz.,
we werken, we strijden; we doen alles uit liefde voor Hem en toch, als een gebed eens niet verhoord wordt, of als we falen, kunnen we enorm teleurgesteld raken.
Dit kan zich uiten in een gevoel van onvermogen, tekortschieten en zelfs tot twijfel aan onze eeuwige bestemming aan God.
Paulus zegt ook, dat al doen we nog zoveel, deze dingen geen enkel nut hebben, als ze niet voortkomen uit de juiste bron.
Dus onze identiteit komt niet voort uit onze werken, maar uit de bron waaruit we putten.
Als we putten uit onze eigen bron, onze eigen liefde, dan zal onze identiteit gaan wankelen, als we falen. En uiteindelijk zal de bron opdrogen.
Maar wat is dan het geheim, waarin onze identiteit geworteld moet zijn?

In Openb. 2 staat een brief aan de gemeente te Efeze, waarvan wij zouden zeggen: daar is 't geweldig.
Ze doen alles voor de Heer, dulden geen zonde in de gemeente, ze hebben volharding, enz.enz.,
maar toch ontbreekt er iets. Er staat, dat ze hun eerste liefde hebben verlaten.
En dat dat zo erg is, dat als ze zich daar niet van zouden bekeren,
God de kandelaar van hen zou wegnemen.
Maar ze deden toch zoveel voor de Heer?? Ja, maar ze deden 't niet meer uit Gods liefde.
In de grondtekst staat "agapè", de gevende liefde van God.
Dus het gaat hier niet om onze liefde naar God toe, maar van Gods liefde naar ons toe.
Jezus noemt deze liefde een vorm van werken.
Het ontvangen van Gods liefde is onmisbaar in ons leven.

Hoe kunnen we er nu voor zorgen, dat deze liefde niet verdrongen wordt door onze drang om
uit onze eigen liefde voor God aan 't werk te gaan?
We moeten hiervoor in onze binnenkamer gaan en ons steeds weer laten onderdompelen in Zijn liefde. Dan kunnen we tot zegen zijn voor anderen. Dan doen we alles niet meer uit onze eigen liefde tot Hem, maar krijgt Hij de gelegenheid om Zijn liefde door ons heen  naar die ander te laten vloeien.
In die liefde moet onze identiteit liggen. Dat is de Bron waaruit we mogen putten.
Dan is het: niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.
Dan hoeven we ons niet meer al die inspanningen te getroosten, maar is 't Zijn liefde, die ons dringt.
Niet op een manier die we niet aankunnen, want Zijn juk is zacht en Zijn last is licht.

Maar kunnen wij nog wel omgaan met die stilte van de binnenkamer?
Zijn we bereid om stil te zijn en Zijn liefde te ontvangen?
Niet zo af en toe, maar elke dag.
Zo'n relatie met God opbouwen in de binnenkamer, waar geen eer van mensen te behalen valt,
maar waardoor je leven Gods liefde uitstraalt naar de mensen om je heen.
Dit is de eerste liefde: de tijd nemen om steeds weer Gods liefde te ontvangen en vanuit die liefde te leven.
Als je je ervan bewust bent, dat je geliefd bent door de Vader, dan wordt je identiteit gevoed uit de Bron van leven, die nooit opraakt.
Als we falen staat onze identiteit niet meer op z'n grondvesten te schudden.
Zo'n identiteit is niet afhankelijk van onze prestaties, maar van Gods prestatie, Zijn liefde.
Als al ons presteren wegvalt, blijft de liefde van God.
Aan ons de uitdaging om die liefde te ontvangen.
Als we vallen helpt God ons weer overeind. Hij verwerpt ons niet, maar houdt onvoorwaardelijk van ons. Het enige, dat van ons wordt verlangd is, dat we onszelf in Zijn armen overgeven.

Laat 't niet gebeuren, dat Hij de kandelaar uit uw leven moet verwijderen, omdat u de eerste liefde bent kwijtgeraakt. Maar laat Zijn liefde in uw leven toe.
Laat uw identiteit daarin vaststaan, dat u Zijn geliefd kind bent.
Dan weet u, dat alles Zijn werk is, door u heen.

Het zou goed zijn om nog eens te lezen wat Efeze 2:1-11 hierover zegt.

 




 

 

 


Web Hosting · Blog · Guestbooks · Message Forums · Mailing Lists
Allwebco Web Templates · Build your own toolbar · Accept Credit Cards · Audio, Fonts, Clipart
powered by a free webtools company bravenet.com