|
|

Psalm 91:1,2
Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten,
vernacht in de schaduw des Almachtigen.
Ik zeg tot de Here: Mijn toevlucht en mijn vesting,
mijn God, op wie ik vertrouw.
We hoeven tegenwoordig de tv maar aan te zetten om overspoeld te worden met negativiteit.
We zitten in een enorme crisis, die zijn dieptepunt nog lang niet heeft bereikt enz.enz.
Velen hebben enorme bedragen verloren als gevolg van de beurscrisis, mensen verliezen hun baan en door dit alles wordt de onrust vaak groter en groter.
Maar wat krijgen we een heel ander beeld als we bovenstaande tekst eens heel goed lezen en tot ons door laten dringen. Dit geldt niet alleen in goede tijden, maar des temeer in donkere tijden.
Wat geeft het ons een rust als we beseffen, dat juist dan Gods Vaderogen op ons zijn en dat we mogen schuilen in Zijn schuilplaats en dat we niet onrustig hoeven wakker te liggen, maar dat we in Zijn schaduw rustig kunnen slapen.
Hij kent ons en ziet ons. Ook de problemen waar we in zitten en Hij zal ons niet aan ons lot overlaten, maar Hij zorgt voor ons, dag aan dag. Geeft dat geen enorme rust en vrede temidden van alle onrust die men ons probeert aan te praten? We zijn niet afhankelijk van mensen als we God aan onze zijde hebben en Hij heeft beloofd dat Hij ons niet zal verlaten, maar dat Hij ons dag aan dag draagt, in en door alles heen. In Zijn hand is ons leven veilig en geborgen. Hij bestuurt het hele reilen en zeilen in de wereld, tot de dag dat Jezus terugkomt en wij voor altijd bij Hem zullen zijn!
Maranatha!
Lezen: Marcus 10:17-27
'…want bij God is alles mogelijk. (vs. 27)'
Bij God worden rijken arm en armen rijk![]()

Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht
in het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde,
in wie wij de verlossing hebben, de vergeving van zonden.
Colossenzen 1:13
Als we deze tekst goed tot ons laten doordringen, zien we
dat hier de hele rijkdom van het evangelie is samengevat.
De overweldigende liefde van God voor de mens, dat Hij Zijn Zoon offerde
om ons te verlossen uit de greep van satan om ons in en door Zijn
daad van gehoorzaamheid vergeving van zonden te schenken.
We mogen zijn in het Koninkrijk van Jezus en wandelen in het licht,
standvastig blijvend in het geloof, totdat wij Hem zullen zien
van aangezicht tot aangezicht.

"Met U immers loop ik op een legerbende in,
met mijn God spring ik over een muur."2 Samuël 22:30
Al zijn onze problemen zovele als een legerbende,
of zo hoog als een muur, met God aan onze zij
zijn we in staat ze te overwinnen.
"Hiervan toch ben ik ten volle overtuigd, dat Hij,
die in u een goed werk is begonnen,
dit ten einde toe zal voortzetten..."

Leven met God doet ons opbloeien
Tegenover het vertrouwen op eigen rijkdom stelt de spreukendichter het vertrouwen op God. Dat vertrouwen is het kenmerk van de rechtvaardige. Niet de eigen mogelijkheden en macht staan centraal, maar de macht en bedoeling van Gód! De rechtvaardige wil in woord en daad aan Gods macht en bedoeling beantwoorden. Zijn veiligheid ligt in het doen van Gods wil, dat is heel wat anders dan vertrouwen op eigen bezit. Het geeft ook een totaal andere manier van leven!
De spreukendichter zegt van zo’n leven dat het tot bloei komt: dat Gods bedoeling met ons menselijk leven erin aan het licht komt. Met tot bloei komen bedoelt de spreukendichter dat zichtbaar wordt waarvoor God ons geschapen heeft. Dat onze daden en woorden getuigen van liefde tot Hem en onze naaste.
Op wat of wie vertrouwt u?

Zomaar een kleine greep uit de vele teksten die daarover gaan.
met het hele hart ...
Ik zoek U met mijn ganse hart, laat mij niet van uw geboden afdwalen. (Psalm 119:10)
Ik zal U loven, Here, met mijn ganse hart, ik wil al uw wonderen verhalen. (Psalm 9:1)
Geef mij verstand, dan zal ik uw wet bewaren, en haar van ganser harte onderhouden.
(Psalm 119:34)
Ik houd uw bevelen van ganser harte. (Psalm 119:69)
© Maximum Life - http://www.manna-vandaag.nl

Bang voor reuzen?
In Numeri 13 en 14 lezen we het verhaal van de twaalf verspieders.
Ze zeiden dat het land buitengewoon goed was
Er werden in opdracht van God, door Mozes 12 mannen uitgezonden om het land Kanaän te verspieden.
God had hen dat land beloofden wilde dat ze zelf zouden zien hoe het land was.
Ze zagen al gauw dat het land buitengewoon vruchtbaar was en vol overvloed aan eten en drinken.
Maar toen ze de mensen zagen die er woonden schrokken ze: ze waren sterk en er woonden ook zeer grote mensen,de zogenaamde Enakieten. Toen kwam er tweespalt in de groep van 12.
Ze brachten Mozes verslag uit van alles wat ze gezien hadden.
De groep van 10 zei: "Er is weliswaar voldoende eten en drinken, maar de mensen die er wonen zijn zo sterk dat wij hen nooit zullen kunnen overwinnen.Wij zullen niet tegen hen kunnen optrekken, want zij zijn sterker dan wij.
Het hele volk hoorde dit en wat gebeurde er? Ze lieten zich door hen intimideren in plaats van te blijven vertrouwen,
dat God hen het land zou geven, hoe dan ook.
Daarna deden Jozua en Kaleb hun verhaal. Ze zeiden dat het land buitengewoon goed was én dat de Here,
indien Hij een welgevallen aan hen zou hebben, hen in dat land zou brengen.
Ze waarschuwden hen om niet opstandig tegen de Here te zijn en het volk van dat land niet te vrezen,
omdat de Here met ons is.
Maar de Israëlieten luisterden niet, maar wilden hen zelfs stenigen.
Hoe het afliep lezen we in hoofdstuk 14. Ze moesten 40 jaar in de woestijn blijven
en zouden het land Kanaän nooit binnengaan.
Alleen Jozua en Kaleb zouden het land Kanaän mogen binnengaan.
Soms komen wij in ons leven ook problemen tegen, die steeds groter schijnen te worden.
Zelfs zo, dat ons vertrouwen dat God ons ook hieruit zal redden, gaat wankelen.
We denken dan dat we het zelf moeten oplossen, hoewel dat een onmogelijkheid lijkt
en twijfelen dan of God wel in staat zal zijn te voorzien.
De groep van 10 ging ervan uit dat "wij" het moesten doen.
De groep van 2 ging er vanuit dat "God" het voor hen zou doen.
Dat is het hele verschil.
Als we het zelf willen oplossen, verliezen we, maar als we God het roer in handen geven
zullen we met Hem overwinnen. God staat altijd klaar om ons te helpen,
maar wij moeten wel helemaal op Hem vertrouwen en niet twijfelen aan Zijn Almacht.
Zou voor de Here iets te wonderlijk zijn?
Zie niet op de reuzen in uw leven, maar verwacht het van Hem,
Die alle macht heeft in de hemel en op de aarde.
En die grote God wil ook Uw leven besturen.
Durft u Hem het roer in handen te geven?
God zegene u.

Leef niet vanuit angst, leef vanuit geloof.
Zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn.
We bidden vaak zo in de trant van: "baat het niet, dan schaadt het niet."
Maar zo wil God niet dat we tot Hem komen.
Ergens anders zegt de Bijbel: "wie twijfelt moet niet denken dat hij iets van God zal ontvangen."
Iets om ons eens goed af te vragen: als ik tot God bid, wat is dan de gesteldheid van mijn hart?
Geloof ik dat God mijn gebed zal verhoren, zoals Hij heeft beloofd?
Of bid ik met twijfel in mijn hart?
En ben ik dan nóg verbaasd, dat mijn gebeden niet verhoord worden?
"Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat
en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken."
We zeggen zo gemakkelijk: God is liefde, God is rechtvaardig, God is goed enz.enz.
Maar als we daarbij voorbijgaan aan het Woord, dat Hij gesproken heeft,
dan zijn dit allemaal loze kreten en zullen we niet ontvangen.
Maar als we wél in Hem geloven, dan zal Hij een welgevallen aan ons hebben en zal Hij ons belonen.
De keus is aan ons en ik bid, dat óók u (jij) de juiste keus hebt gemaakt, of nog zult maken.
Want dan zul je ervaren dat God een getrouwe Vader is, een Schuilplaats en een Schild.
Hij zal altijd met je zijn in elke situatie.
Zó groot is Zijn liefde voor jou en mij!
Durf jij dit avontuur met Hem aan te gaan?

Hij zal een teken zijn dat betwist wordt,
en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden.
Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen.
Lucas 2:34-35
De gezindheid van velen
Jezus ontmoeten betekent dat er gekozen moet worden.
Wat er in ons leeft komt naar buiten
in de confrontatie met de Zoon van God.
Wil ik Hem volgen en mijn kruis op me nemen?
Wil ik de pijn ondergaan die Maria moest ondergaan
vanwege de weg van haar zoon?
Ben ik bereid om, net als Jezus, mijn leven af te leggen
en me in volkomen gehoorzaamheid over te geven aan God?
Op weg gaan na Kerst betekent ook
gezelligheid en knusheid achter je laten,
jezelf verloochenen, je kruis op je nemen en zo steeds
meer gelijkvormig worden aan Jezus Christus.
Betekent dit nu dat het leven allemaal kommer en kwel wordt?
Helemaal niet, want als wij gelijkvormig worden aan het
lijden van Christus, worden wij ook gelijkvormig aan Zijn overwinning.
In welke situatie we ook komen te verkeren,
met Hem zijn we méér dan overwinnaars,
in Hem, die ons kracht geeft.
Als we ons dit bewust zijn en zó willen leven,
kunnen we dit nieuwe jaar vol goede moed ingaan.
Want Hij die in ons een goed werk is begonnen,
zal dit ten einde toe volbrengen.
Geprezen zij Zijn grote Naam:
Vader
Zoon en
Heilige Geest.


en vrede op aarde
voor alle mensen die hij liefheeft.
Lucas 2:14
Eer aan God
Op Kerst komen hemel en aarde bij elkaar.
Dat zie je als je kijkt naar de engelen.
En je hoort het als je luistert naar hun lied.
Het gaat om de eer van God.
De geboorte van Jezus, dat God in Hem
de aarde aanraakt, gebeurt tot Zijn eer.
Alles op aarde moet gericht zijn
op Zijn glorierijke grootheid!
Daarvoor zijn we als mensen gemaakt,
en daarom is ook Gods Zoon mens geworden.
Juist waar alles zich gaat richten op die eer van God
bloeit op aarde de vrede op en ervaren mensen
hoe lief hun hemelse God hen heeft.
Eer aan God.
En daardoor komt er vrede.
Echte vrede is niet de afwezigheid van oorlog,
maar de aanwezigheid van God.
Allereerst in je eigen leven
en vandaaruit naar de mensen om je heen.
Ik wens je een fijne dag
in de vrede van de Heer!
De zaligsprekingen uit Matthéüs 5
Gelukkig zijn de armen van geest, want het Koninkrijk van de hemelen is voor hen bestemd.
Gelukkig zijn zij die verdriet hebben, want zij zullen vertroost worden.
Gelukkig zijn de zachtmoedigen, want de aarde is voor hen.
Gelukkig zijn de mensen, die ernaar hunkeren dat Gods wil wordt uitgevoerd, want zij zullen volkomen tevreden worden gesteld.
Gelukkig zijn de mensen met een liefdevol en helpend hart, want zij zullen zelf liefde ontmoeten en hulp ontvangen.
Gelukkig zijn de mensen die eerlijk en oprecht zijn, want zij zullen God zien.
Gelukkig zijn de mensen die vrede brengen, want zij zullen zonen Gods genoemd worden.
Gelukkig zijn de mensen die vervolgd worden omdat zij Gods wil doen, want het Koninkrijk van de hemelen is voor hen.
Gelukkig bent u als u beledigingen, vervolgingen, leugens en laster te verdagen krijgt omdat u bij mij hoort.
Wees er blij om en jubel het uit! Want in de hemel ligt een geweldige beloning voor u klaar.

Weest niet bevreesd
Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen?
Matthéüs 8:26.
Als wij bevreesd zijn, is het minste wat we kunnen doen: bidden tot God;
maar onze Heer heeft het recht te verwachten dat zij
die Zijn naam gebruiken, een begrijpend vertrouwen in Hem hebben.
God verwacht van Zijn kinderen dat zij zoveel vertrouwen in Hem hebben,
dat Hij op hen aan kan in elke crisis.
Ons vertrouwen in God gaat tot op zekere hoogte,
dan vallen wij terug tot het primitieve paniek-gebed van hen die God niet kennen.
Wij zijn ten einde raad, terwijl wij duidelijk laten blijken niet het minste
vertrouwen in Hem en in Zijn wereldregering te hebben.
Hij schijnt te slapen en wij zien niets dan huizenhoge golven om ons heen.
"O, gij kleingelovigen!"
Wat een schok moet dat voor de discipelen geweest zijn: "Weer ernaast!"
En wat een schok zal het voor ons zijn, wanneer het eensklaps tot ons
doordringt hoezeer wij Jezus’ hart hadden kunnen verblijden
door absoluut vertrouwen in Hem te blijven stellen, wat er ook mocht komen.
Er zijn tijden in ons leven waarin geen storm is en geen crisis,
waarin wij menselijkerwijs doen wat wij kunnen;
maar wanneer er een crisis komt, dan blijkt onmiddellijk op wie wij vertrouwen.
Als wij geleerd hebben God te aanbidden en Hem te vertrouwen,
zal de crisis openbaren dat wij wel komen tot het punt van instorten,
maar dat ons vertrouwen in Hem toch niet instort.
Wat bedoelen we als we het hebben over heiliging?
Het zou moeten uitlopen op rust in God, of wel één-zijn met God;
één-zijn dat ons niet alleen onberispelijk zal doen zijn in zijn oog,
maar dat ons ook zal maken tot een diepe vreugde voor Hem.

Bijna waren mijn voeten afgeweken,
bijna waren mijn schreden uitgegleden.
Psalm 73:2
Als ik dacht: Mijn voet wankelt - dan ondersteunde mij Uw
goedertierenheid, o Here.
Simon, Simon, zie, de satan heeft verlangd ulieden te ziften
als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden,
dat uw geloof niet zou bezwijken.
De rechtvaardige valt zeven maal, doch staat weer op.
- Wanneer hij valt, stort hij niet neer, want de Here schraagt
zijn hand.
Verblijdt u niet over mij, mijn vijandin:
al ben ik gevallen, ik zal weer opstaan;
Al zit ik in het duister,
de Here zal mij tot licht zijn.
- In zes noden redt Hij u, en in
zeven treft het kwaad u niet.
Als iemand gezondigd heeft,
wij hebben een voorspraak
bij de Vader,
Jezus Christus,
de rechtvaardige.
- Daarom kan Hij ook volkomen
behouden, wie door Hem tot God
gaan, daar Hij altijd leeft
om voor hen te pleiten.
Allereerst valt mij bij het lezen van deze teksten op,
dat er totaal geen sprake is van ook maar enige twijfel.
Wat er ook gebeurt, Jezus pleit voor ons bij de Vader.
We mogen vallen, we mogen het niet meer zien zitten
(in het duister zitten), ja zelfs als we gezondigd
hebben, zegt de Bijbel:
Jezus pleit voor ons.
Maar er is één ding wat we niet in ons hart
mogen toelaten en dat is twijfel.
Twijfel aan de grootheid van God.
Al deze dingen kunnen ons overkomen,
maar als we zonder twijfel en
volkomen vertrouwen op God,
dan zal Hij ons uit al deze benauwenissen
uitredden.
Durf jij je zó aan Hem toe te vertrouwen?

Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel
en met heel uw verstand en met heel uw kracht.
Marcus 12:30
Hem liefhebben met alles
Aanbidding heeft alles te maken met liefhebben.
Want ware liefde uit zich in bewondering voor de ander,
in het onder de indruk en geraakt zijn door het unieke van de ander.
En omdat in onze liefde voor God heel ons wezen betrokken moet zijn,
geldt dat ook voor onze aanbidding.
We aanbidden met hart en ziel, helemaal van binnenuit, waar de Geest woont.
We aanbidden met ons verstand, want we verheugen ons over alles
wat we uit Gods openbaring mogen weten over God en Jezus.
We aanbidden met onze kracht, met ons lichaam,
met alles wat we in het dagelijks leven vanuit die kracht doen.
Want aanbidding is een levensstijl.
Elke dag voor de volle 100%
aan Hem zijn toegewijd.
Dit is wat God van ons vraagt:
dat ons hart volkomen naar Hem uitgaat.
Een onmogelijke opgave zeg je?
Zou God iets van ons vragen,wat we toch niet kunnen opbrengen?
Nee, dat geloof ik niet.
Maar als er in je leven nog zoveel andere dingen
om de voorrang strijden, dat je hier nog ver van af bent,
begin dan eens met je méér |naar Hem uit te strekken.
Laat Zijn Geest toe in je gedachten, in alles wat je doet,
en plaats Hem op de eerste plaats.
Dan zal ook jouw leven Hem voor 100% toegewijd zijn.




Weest niet bevreesd ....
Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen? Matthéüs 8:26.
Als wij bevreesd zijn, is het minste wat we kunnen doen: bidden tot God;
maar onze Heer heeft het recht te verwachten dat zij die zijn naam gebruiken,
een begrijpend vertrouwen in Hem hebben.
God verwacht van zijn kinderen dat zij zoveel vertrouwen in Hem hebben,
dat Hij op hen aan kan in elke crisis.
Ons vertrouwen in God gaat tot op zekere hoogte,
dan vallen wij terug tot het primitieve paniek-gebed van hen die God niet kennen.
Wij zijn ten einde raad, terwijl wij duidelijk laten blijken niet het minste
vertrouwen in Hem en in zijn wereldregering te hebben.
Hij schijnt te slapen en wij zien niets dan huizenhoge golven voor ons.
"O, gij kleingelovigen!" Wat een schok moet dat voor de discipelen geweest zijn:
"Weer ernaast!" En wat een schok zal het voor ons zijn,
wanneer het eensklaps tot ons doordringt hoezeer wij Jezus’ hart hadden kunnen
verblijden door absoluut vertrouwen in Hem te blijven stellen, wat er ook mocht komen.
Er zijn tijden in ons leven waarin geen storm is en geen crisis,
waarin wij menselijkerwijs doen wat wij kunnen;
maar wanneer er een crisis komt, dan blijkt onmiddellijk op wie wij vertrouwen.
Als wij geleerd hebben God te aanbidden en Hem te vertrouwen,
zal de crisis openbaren dat wij wel komen tot het punt van instorten, maar dat ons vertrouwen in Hem toch niet instort.
Wij hebben het vaak over heiliging, maar waar loopt dat nu alles op uit?
Het zou moeten uitlopen op rust in God, of wel één-zijn met God;
één-zijn dat ons niet alleen onberispelijk zal doen zijn in zijn oog,
maar dat ons ook zal maken tot een diepe vreugde voor Hem.


De zaligsprekingen uit Matthéüs 5
Gelukkig zijn de armen van geest, want het Koninkrijk van de hemelen is voor hen bestemd.
Gelukkig zijn zij die verdriet hebben, want zij zullen vertroost worden.
Gelukkig zijn de zachtmoedigen, want de aarde is voor hen.
Gelukkig zijn de mensen, die ernaar hunkeren dat Gods wil wordt uitgevoerd, want zij zullen volkomen tevreden worden gesteld.
Gelukkig zijn de mensen met een liefdevol en helpend hart, want zij zullen zelf liefde ontmoeten en hulp ontvangen.
Gelukkig zijn de mensen die eerlijk en oprecht zijn, want zij zullen God zien.
Gelukkig zijn de mensen die vrede brengen, want zij zullen zonen Gods genoemd worden.
Gelukkig zijn de mensen die vervolgd worden omdat zij Gods wil doen, want het Koninkrijk van de hemelen is voor hen.
Gelukkig bent u als u beledigingen, vervolgingen, leugens en laster te verdagen krijgt omdat u bij mij hoort.
Wees er blij om en jubel het uit! Want in de hemel ligt een geweldige beloning voor u klaar.

Vergeefs is het dat je vroeg opstaat,
je laat te ruste legt,
je aftobt voor wat brood ,
Hij geeft het zijn lieveling in de slaap.

Efeziërs 2:10
"Want Zijn maaksel zijn wij,
in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen,
die God tevoren bereid heeft,
opdat wij daarin zouden wandelen."
Als je deze tekst zo leest heb je de neiging om halverwege te blijven steken.
Tot die conclusie kwam ik zelf in ieder geval.
"Want Zijn maaksel zijn wij,
in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen."
Als we wedergeboren zijn, dan willen we zo graag iets doen voor de Heer.
We komen tot de ontdekking dat we toch steeds weer fouten maken en proberen
steeds opnieuw om "goede werken" te doen.
Ons verlangen om "goed" te doen is niet verkeerd, maar onze eigen inspanning wél.
Zolang we het zélf willen doen, zullen we steeds opnieuw struikelen.
Steeds weer falen. En satan is er dan als de kippen bij om je een schuldgevoel aan te praten.
Maar ......... het geheim schuilt nu juist in het tweede gedeelte van deze tekst:
"die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen."
Hier lezen we, dat je helemaal niets zelf hoeft te gaan doen,
maar dat God zelf de goede werken van tevoren al heeft bereid.
Het zijn niet onze goede werken, maar de Zijne.
Alles wat wij moeten doen, is daarin te wandelen.
Gewoon in de voetsporen van Jezus gaan en volgen.
Dan ga je ervaren, dat God degene is,
die de weg voor jou heeft gebaand.
Ben jij bereid om te wandelen in de goede werken,
die Hij voor jou heeft bereid?
Dan is het niet meer je eigen ik, maar Christus leeft in jou!

Psalm 147:1
Hoe goed is het te zingen voor onze God,
hoe heerlijk Hem onze lof te brengen.
Hoe goed is het
Sommige waarheden hebben tijd nodig om in onze levens te landen.
Dit is zo'n waarheid: het is goed om de Here te loven!
Het is niet maar een plicht, een opdracht waaraan
we nu eenmaal gehoorzaam moeten zijn.
Nee, het is echt goed, sterker nog:
het is heerlijk om God te verheerlijken.
Om van jezelf weg te kijken en je te richten op God.
Van God verheerlijken word je een ander mens,
een beter mens, met meer liefde, verwondering en ootmoed.
Misschien zeg je: "Ik zit zo middenin de problemen,
dat ik het helemaal niet op kan brengen om te zingen,
en om te loven."
Dan moet ik altijd weer denken aan die tekst waarin staat:
"Verblijdt je in de Here,
te allen tijde!"
Dus niet alleen als je lekker in je vel zit.
Maar altijd!!
En dat staat er niet zomaar.
Het is geen onmogelijke opgave.
Nee, als je Hem gaat loven dan ga je
als het ware boven al je problemen staan.
Dan ga je weer beseffen, dat God veel en
veel groter is dan jouw nood.
Dan wordt je geloof weer opgebouwd
en zie je Hem weer als Diegene,
voor wie niets onmogelijk is!
Dan weet je weer dat alles in
Zijn handen is en dat Hij
zal zorgdragen.
Zeg met David: "Loof de Here mijn ziel".
Doe 't en je zult zien, dat 't werkt!
God is groot!!

Dit is zo'n geweldig bemoedigende tekst,
die ik jullie graag wil meegeven.
Als wij ons in wanhoop afvragen:
"vanwaar zal mijn hulp komen?"
Om dan tegelijkertijd te weten:
"mijn hulp is van de Here".
Als we deze geweldige God,
de Schepper van hemel en aarde,
tot onze hulp hebben,
dan hoeven we nergens meer bang voor te zijn.
Hij is altijd groter dan onze nood,
ja, ook voor jouw probleem.
Niets is voor Hem onmogelijk!
Geprezen zij Zijn grote Naam!
Halleluja!!
Dank U Heer, dat U mijn God,
mijn Vader bent!
AMEN!!

In het negende uur gaf Jezus een schreeuw en riep luid:
"Eli, Eli, lama sabachtani?"
Dat wil zeggen: "Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?"
Matth. 27:46
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten.
Deze schreeuw tot God gaat mij door merg en been.
Er kan een mens niets ergers overkomen dan dát.
Er is geen gevoel, dat erger is dan je door God verlaten te voelen.
Het lichamelijke lijden, dat Jezus moest doorstaan
was verschrikkelijk, maar het meest vreselijke was,
het moment dat de Vader Hem moest verlaten.
En toch riep Hij niet een hele legermacht van engelen
om hem van het kruis af te halen.
Nee, Hij wilde de beker tot de bodem toe leegdrinken.
Voor jou en voor mij.
Wat een overgave en wát een liefde!
Trouwens, heb je er wel eens bij stil gestaan wat het voor
de Vader moet hebben betekent om zijn hoofd van Zijn
geliefde Zoon te moeten afwenden.
Om Hem te moeten verlaten?
Het moet ook de Vader een groot offer gekost hebben,
Zijn Zoon in het heetst van de strijd te moeten
verlaten.
En toch deed Hij het.
Voor jou en voor mij.
Het was de enige manier om de verbroken relatie
met de mens (met ons) weer te herstellen.
Duizend, duizend maal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.
Als jouw relatie met God nog niet hersteld is,
wacht dan niet langer, maar aanvaard het
offer dat Jezus ook voor jou heeft gebracht.

Ezechiël 34:1-31
Zoals een herder naar zijn kudde op zoek gaat als zijn dieren verstrooid zijn geraakt,
zo zal ik naar mijn schapen op zoek gaan en ze redden,
uit alle plaatsen waarheen ze zijn verdreven op een dag van dreigende, donkere wolken.
Hij is gekomen om te zoeken. Om jou te zoeken.
Want Hij heeft het hart van een Herder.
Jezus is - zo Vader, zo Zoon - de Goede Herder die verloren schapen weer opzoekt.
Ben je verdwaald, voel je je eenzaam, ervaar je jezelf als een verstotene?
Weet dat de Herder je zoekt.
Daarover gaat het in de veertigdagentijd.
Over een zoekende God, die in Jezus nog dichterbij is gekomen dan Hij al had gedaan.
En Hij heeft maar één doel.
Dat wij zouden zingen: "De HEER is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets."
Misschien zijn er dingen gebeurd in je leven, waardoor je je door God
in de steek gelaten voelt.
Maar besef dan, dat dit satan is, die deze gedachten en gevoelens
aanwakkerd. Hij maakt gretig gebruik van de situatie, om te proberen
jou een verkeerd beeld van God voor te spiegelen.
Maar weet dit: het is een grote leugen.
Wát er ook gebeurd in je leven: God is er altijd bij en Hij heeft alles
in Zijn hand. Ook al lijkt het soms weleens héél anders.
Blijf erop vertrouwen, dat Hij iedere situatie, hoe verdrietig en
uitzichtsloos deze ook mag zijn op het ogenblik zelf, zal ombuigen
en er iets goeds uit doet voortkomen.
Twijfel nooit aan Zijn trouw, en weet dat als je Zijn kind bent,
niets of niemand je uit Zijn hand zal kunnen rukken.
Bij Hem ben je veilig.
Bij Hem mag je komen met je verdriet,
met je uitzichtsloze situatie.
Hij zal je troosten en helpen, als je het van Hem verwacht!
Hij heeft je zó lief, dat Hij het liefste wat Hij had gaf:
voor jou!
Zou deze God je dan ooit in de steek laten?

Laat zó uw licht schijnen voor de mensen,
opdat zij uw goede werken zien en uw Vader,
die in de hemelen is, verheerlijken."
Matth. 5:16
Toen ik deze tekst las, moest ik denken aan de weken na de tsunami.
Van alle kanten kwamen de akties los.
Van christelijke en niet-christelijke kant.
Veel mensen, ook christenen stortten meteen geld, maar er waren
er ook, die zich afvroegen: aan wie moeten wij, als christenen
nu geld geven. Moeten we het zo maar ergens stortten, of moeten we
het via de christelijke organisaties doen, die in die landen
al vele kontakten hebben met kerken en gemeenten.
Paulus zegt dat we goed moeten doen aan alle mensen,
maar in het bijzonder aan de geloofsgenoten.
Daarom geloof ik dan ook, dat wij als christenen
gebruik moeten (mogen) maken van de mogelijkheden
die christelijke organisaties ons geven om via hen
ons geld te geven.
Maar als ik deze tekst lees, dan valt het me op, dat het er
niet in de eerste plaats om gaat, dat we "goed" doen.
Ik bedoel: zomaar goeddoen, om onszelf daarmee een goed gevoel te
bezorgen. Kollektes aan de deur: " o," zeggen velen,
"ik geef echt overal aan hoor".
Ook niet-christenen maken hier graag gebruik van om te laten zien,
dat ze dus helemaal zo slecht niet zijn. Ze geven immers
"ieder het zijne"en denken dan dat ze God helemaal niet
nodig hebben, want ze zijn in eigen ogen "zo goed".
Maar waarom geven wij als christenen?
Geven we om het "goede gevoel",
of geven we om onze goede naam,
vertellen we graag aan iedereen dat we
ook een flinke duit in het zakje hebben gedaan.
Deze tekst laat zien dat wij ons licht moeten laten schijnen
op een bepaalde manier.
Niet om onszelf te strelen, maar:
opdat zij uw goede werken zien en uw Vader,
die in de hemelen is, verheerlijken!
In alles wat we doen gaat het er dus om, dat we niet onze eigen eer
zoeken, maar dat de mensen aan wie we goed doen, weten, dat we het
doen omdat we christen zijn. Dan zullen ze óns er niet voor bedanken
en eren, maar onze Vader die in de hemelen is.
Daarom is het belangrijk dat christenen ter plaatse hen kunnen helpen,
en dat wij hen de middelen mogen geven.
Als we zomaar geld geven aan wat voor instelling dan ook, dan wordt
uiteindelijk de mens geeerd.
Willen we dat onze Vader geëerd zal worden, dan geven wij als christenen
aan christenen, die dan vanuit hun "christen zijn" aan de slag kunnen.
Niet alleen om christenen te helpen, maar ieder die het nodig heeft,
opdat de Vader verheerlijkt zal worden.
Alleen dan ( en dat geld niet alleen voor geld geven hoor, maar voor alles wat we doen)
zal ons licht goed schijnen en zal God zichtbaar worden voor hen.



Kuur tegen zonde!
Zonde is dodelijke ziekte. Er zijn wel meer dodelijke ziekten, maar zonde is een extreem nare. Het is dodelijk voor iedereen die de ziekte heeft. Zelfs het kleinste beetje (overtreedt u 1 wet, dan overtreedt u ze allen!).
Heel klein beetje zonde lijdt tot hartstikke 100% dood.
De kuur tegen een dergelijke zonde moet wel heel sterk zijn. Sterker nog, de kuur moet niet alleen neutraliseren, maar het moet zo sterk zijn dat het de ziekte vernietigd. Een écht goede kuur is dus sterker dan de ziekte. De impact van de kuur moet groter zijn dan de impact van de ziekte.
Zonde is de ergste ziekte ooit met het hoogste sterftecijfer ooit. De kuur daarvoor moest wel van God komen, want het moest sterker zijn en het probleem volledig vernietigen. Ook het kleinste beetje in het uiterste hoekje. Want…een beetje zonde is al dodelijk.
Romeinen 6:23 De zonde betaalt een hard loon: De dood! Maar de genade van God geeft wat niemand verdient: Eeuwig leven met Christus Jezus, onze Here. God stuurde Jezus.
En Jezus bracht de oplossing voor de dodelijke ziekte. Hij gaf zijn bloed, wat zo sterk is dat het de dodelijke uitwerking van de zonde kan vernietigen. De impact van wat Jezus deed is dus veel groter dan de impact van wat de zonde kan doen. Het is dus interessanter om te kijken wat de kuur van Jezus met de zonde doet dan wat de zonde met ons kan doen. Zonde had als antistof vergeving en kwijtschelding nodig. Omdat de ziekte een radikale oplossing nodig had, kwam er niet een beetje vergeving en kwijtschelding maar totale vernietiging.
Colossenzen 2:14 Hij heeft ons strafblad dat tegen ons getuigde (de lijst met regels waaraan we ons niet hebben gehouden) verscheurd. Dat bewijs heeft Hij vernietigd door het aan het kruis te slaan. incl. het volledige overnemen –dus kwijtschelding- van de straf! (Jesaja 53:5).
Er valt hoe dan ook meer te leren van de kuur dan van de ziekte, want de kuur heeft de ziekte vernietigd en is derhalve groter en interessanter. Het heeft meer te bieden. Na het innemen van de kuur volgt er iets nóg groters . Nog veel groter dan de kuur zelf. Ten gevolge van de kuur is de ziekte zo goed aangepakt, dat God Zelf in ons kan komen wonen! Meteen het ultieme bewijs dat zonde in principe geen probleem is voor God om dichtbij te zijn. Want iedere zonde –ook onbewuste!- komt uit ons hart (het hart van de mens –ieder mens!), maar omdat het bloed van Jezus (de kuur) deze zonde heeft doordrenkt en geelimineerd, kan de Heilige Geest in hetzelfde hart wonen.
Zonde bracht scheiding tussen ons en onze God. Maar het middel wat jezus bracht was zo volmaakt en doeltreffend dat die scheiding dus is weggenomen.
Laat dat nu net zijn wat God graag wil; zo dicht mogelijk bij ons zijn; in ons hart! Gratis het dodelijke virus weggenomen en daar bovenop het meest kostbare geschenk (2 cor. 4) mogelijk; de Geest van God Zelf.
Waarom zo’n geweldige onverdiend aanbod? God is liefde, God is goed en... Romeinen 2:4 Het is Gods GOEDHEID die mensen tot bekering leidt, niet Zijn toorn!
Wandelen met Jezus

Eerst geloven, dan zien....
De apostel Thomas is vaak bekritiseerd om zijn gebrek aan geloof met betrekking tot de opstanding van Jezus Christus.
Tijdens één van Zijn verschijningen kwam Jezus naar de plaats waar de discipelen zich schuilhielden, in een zaal in Jeruzalem. Omdat Thomas daar niet bij was, vertelden de discipelen hem later dat ze Jezus hadden gezien. Thomas reageerde met een gedurfde uitspraak: "Ik kan het pas geloven ... als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn eigen hand voel dat Hij een wond in zijn zij heeft." (Johannes 20:25).
Acht dagen later verscheen Jezs opnieuw aan de discipelen, die zich nog steeds schuilhielden. Ditmaal was Thomas er wel bij. Jezus zei tegen hem: "Thomas, zie je mijn handen en mijn zij? Voel er maar eens aan en twijfel niet meer. Geloof dat Ik leef!"
"Mijn Heer en mijn God" stamelde Thomas.
"Geloof je het nu, omdat je Mij ziet?" zei Jezus.
"Gelukkig zijn de mensen, die in Mij geloven zonder Mij gezien te hebben."(Johannes 20:27-29).
Eerder in de bediening van Jezus, toen de weerstand van de Joodse leiders in Jeruzalem toenam, probeerden alle discipelen Hem ervan te weerhouden terug te gaan naar Judea. Juist Thomas was de enige discipel die toen moedig verklaarde: "Laten we meegaan om samen met Hem te sterven"(Johannes11:16).
Thomas was dus wel degelijk bereid ergens helemaal voor te gaan. Het probleem zat em dan ook niet in zijn geb rek aan geloof in Jezus, maar in zijn beperkte denken. Toen Jezus nog leefde en er nog hoop was op een politiek messiaans koninkrijk, met Jezus als koning, was Thomas bereid om voor deze zaak te sterven. Maar met de dood van Jezus voel de droom van Thomas - bevrijding van de Romeinse overheersers - in duigen. Zijn vastgeroeste denken belemmerde hem in de verwachting van, en het geloof in een Koninkrijk van een hogere orde.
Wat wij van Thomas kunnen leren is, dat wij geen afgepaste plannen moeten maken die Gods hogere plannen en doelen blokkeren. Geef God de ruimte om het onmogelijke in uw leven te doen. Wijd Uzelf volkomen aan Hem toe, net als Thomas. Maar waak voor vastgeroest denken en houd rekening met een ander resultaat.
En geloof voordat u het ziet!

1Corinthiërs 3:7
Daarom, noch wie plant, noch wie begiet, betekent iets, maar God, die de wasdom geeft.
God geeft de wasdom
Lezen 1Corinthiers 3:1-9a
1 En ik, broeders, kon niet tot u spreken als tot geestelijke mensen, maar slechts als tot vleselijke, nog onmondigen in Christus. 2 Melk heb ik u gegeven, geen vast voedsel, want dat kondt gij nog niet verdragen. Ja, dat kunt gij ook nu nog niet, 3 want gij zijt nog vleselijk. Want als er onder u nijd en twist is, zijt gij dan niet vleselijk, en leeft gij niet als onveranderde mensen? 4 Want wanneer de een zegt: Ik ben van Paulus; en de ander: Ik van Apollos; zijt gij dan niet onveranderde mensen? 5 Wat is dan Apollos? Of wat is Paulus? Dienaren, door wie gij tot geloof gekomen zijt, en wel zoals de Here dit aan een ieder geschonken heeft. 6 Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God gaf de wasdom. 7 Daarom, noch wie plant, noch wie begiet, betekent iets, maar God, die de wasdom geeft. 8 Wie plant en wie begiet, staan gelijk; alleen zal elk zijn eigen loon krijgen naar zijn eigen werk. 9 Want Gods medearbeiders zijn wij
Bij welke gemeente behoort u? Wie is de dominee? Ach, dat is niet zo belangrijk. Het gaat om de 'groei' van de gemeente. Verlangt u er ook naar dat er geestelijke groei mag zijn in de gemeente? Dat er mensen tot geloof en bekering worden gebracht. Dat er een sterke verdieping komt bij veel mensen en ook bij uzelf. En dat de kracht en de liefde van de Here heel opvallend zichtbaar wordt voor velen.
God alleen kan de groei geven. Zonder Hem kunnen we niets doen. Laten we er de Heilige Geest dagelijks om vragen. En laten we als gemeente samenkomen om het te smeken van de Heere. Want God geeft de groei dan ook. Dat heeft Hij beloofd. Hij zal het ook doen. Wilt u zich ondertussen eens afvragen of u de Here mag dienen als 'planter' of als 'natmaker' of op een andere manier. Bent u iemand voor het evangelisatiewerk? Of meer voor het pastoraat? Of voor kinderwerk? (Ook voor het werk op internet zien we uit naar mensen die zich hiervoor willen inzetten) De Heere geeft de groei. En Hij gebruikt er mensen voor. Hij vindt dat zo belangrijk dat Hij er zelfs genadeloon aan hecht.
Kan een kind zijn vader horen?
Is het mogelijk voor iemand die in God gelooft en een relatie met Hem wil hebben, om de stem van zijn God te verstaan?
Al in het allereerste begin van de Bijbel zie je iets wat God kenmerkt: Hij spreekt.
Hij schiep de hele schepping met zijn gesproken Woord.
Hij sprak en het was er (Genesis 1).
Dat geldt voor alles wat bestaat.
Door het Woord van God is alles geworden wat geworden is (Johannes 1:1-5).
Een kenmerk wat de mensen boven de dieren verheft,is de taal.
Mensen kunnen spreken op een manier die voor dieren onmogelijk is.
Hoewel dieren ook een beperkte vorm van communicatie hebben, die soms zelfs zeer complex en mooi kan zijn, kan het niet tippen aan de bekwaamheid van de mens
om zijn diepste emoties en gedachten te uiten in duizenden verschillende woorden,
in een verscheidenheid aan talen.
God maakte ons naar zijn beeld. Een belangrijke waarheid van de Bijbel is Godsverlangen
om relatie met de mens te hebben. Dat is namelijk de eerste en voornaamste reden dat Hij ons schiep: om alles van zichzelf met ons te delen.
Hij wilde zijn diepste gedachten delen met iemand die net als hijzelf kon nadenken en dromen, een vrije wil had, kon creëeren en ontwerpen en gevoel had voor schoonheid, in muziek en beeld.
Een mens die bijna aan God zelf gelijk zou zijn.
Daarom zegt de Bijbel ook, en Jezus Christus haalt dit vers zelfs aan, dat de mensen ‘goden’ genoemd worden (Psalm 8:5, Psalm 82:6, Johannes 10:34).
God wilde een relatie met iemand die veel meer is dan een robot of een dier, dat slechts handelt volgens voorgeprogrammeerde systemen.
God wilde iemand met wie hij werkelijk vriendschap en liefde kon ervaren op een diep, persoonlijk en geestelijk niveau.
Daarom sprak God ook meteen heel uitgebreid met Adam, de eerste mens. Genesis vermeldt dat God ‘s avonds bij Adam kwam om samen met hem te wandelen in de Hof (Genesis 3:8).
Wat een teken van vriendschap!
Door de Bijbel heen zie je dat dit verlangen van God naar persoonlijk contact met de mens steeds weer benadrukt wordt. Van Abraham, van Mozes tot Jezus en zelfs bij de apostelen zie je dat God spreekt, dat hij pogingen doet om door te dringen tot het hart
van de mens en dat Hij intens lijkt te verlangen naar het ontwikkelen van een hechte
vriendschapsband met ons.
Daarom ook werd hij zelf een mens en wandelde hij als één van ons onder de mensen. Tegen zijn leerlingen die Hem zagen als ‘De Grote Meester’, zei Jezus dan ook:
“Jullie zijn niet mijn slaven, maar Ik noem jullie mijn vrienden” (Johannes 15:15).
Gods liefde voor de mens en zijn verlangen om alles wat hij heeft met ons te delen wordt volmaakt tot uiting gebracht door zijn uiteindelijke doel: de bruiloft van God met de mens (Jesaja 62:4, Op. 19:7).
Het huwelijk van Jezus Christus, die de volheid van God draagt, met de mensheid die God liefheeft boven alles.
Dat is Gods uiteindelijk doel. De meest intense en meest verregaande vorm
van romantiek en liefde die er bestaat.
God die met de mensheid trouwt, zoals een jongen met zijn meisje zich voor eeuwig
met elkaar verbinden.
Bij een aantal personen in de Bijbel wordt duidelijk gezegd dat ze zo’n band met God hadden, dat ze zijn persoonlijke vrienden werden genoemd.
Abraham en Mozes zijn slechts twee bekende voorbeelden (Psalm 90:1, Romeinen 3:10, Galaten 5:18).
Mensen van deze tijd kunnen de neiging hebben om op te zien naar dat soort grote mannen van God uit de oudheid. Toch spreekt God daar in zijn Woord heel anders over. In de brief van Jakobus zegt God ons over de grote profeet Elia bijvoorbeeld:
‘Elia was maar een gewoon mens zoals wij. Daarom kunnen wij dezelfde kracht en omgang met God ervaren als Elia’ (Jakobus 5:17 geparafraseerd).
Concreet wordt dit genoemd in het verband van bidden voor zieken.
Wij hebben echter de neiging om te denken dat God enkel op een persoonlijke wijze omging met de grote mannen en vrouwen in de Bijbel.
Nochtans zegt de Bijbel zelf dat wij allemaal in een tijd leven die wordt gekenmerkt door een veel grotere heerlijkheid, dan deze van Mozes, die op de berg Gods heerlijkheid zag.
Paulus schrijft in zijn brief aan de Korintiers dat de heerlijkheid die Mozes ervoer in het niet valt, bij de heerlijkheid die wij kunnen ervaren door onze open relatie met God door Jezus (2 Kor. 3:7-18).
Door het offer van Jezus is er namelijk een volkomen vrijheid gekomen in het naderen tot God.
Er is niets meer wat tussen ons en Hem in staat...
Het is zelfs zo dat God nu met zijn Geest in ons is.
Hoeveel dichter kun je nog naderen tot God?
Vroeger woonde God in stenen gebouwen.
Nu woont Hij in ons. Vroeger moesten mensen allerlei offers brengen voor hun fouten.
Nu zijn we volkomen en voor eeuwig bevrijd door het offer van God zelf: zijn Zoon die voor ons stierf.
Het gordijn van de tempel is opengescheurd.
De opening is er.
Daarom is het nu voor elk kind van God mogelijk om een zeer persoonlijke band met zijn hemelse Vader te ervaren. Vroeger leefden mensen immers ver van God, door de zonde in hun hart. Mensen waren afhankelijk van woorden van God die opgeschreven waren
op stenen tafelen en op papieren rollen. Nu niet meer.
Nu leven we in het verbond van Gods Geest, waarin het kenmerk is dat we niet langer moeten leven naar wetten en regels die opgeschreven zijn, maar dat we mogen leven door de Geest van God die in en bij ons is (Galaten 5:25).
Het verlangen van God om tot ons te spreken wordt in dit nieuwe verbond zeer goed duidelijk als je kijkt naar wat de Geest van God doet in de kerk:
Hij geeft ons zijn bovennatuurlijke gaven (1 Kor. 12-14).
De Bijbel zegt dat er één gave is die veel belangrijker is dan alle andere.
Welke gave is dat? De profetie!
Het persoonlijke, letterlijke, plaatselijke spreken van God.
De stem van God temidden van zijn volk (1 Kor. 12-14:5).
Deze gave is zelfs zo krachtig, zegt Gods Woord dat het mogelijk is, om ongelovige bezoekers met deze gave te doorlichten, ze te laten zien dat God hun hart kent en ze zo op hun knieën te krijgen voor God.
Dat is de kracht van deze gave.
‘Jaag de liefde na en streef naar de geestelijke gaven, maar vooral naar het profeteren’, zegt God in zijn Woord (1 Kor. 14:1). Wat een opdracht.
Dit maakt duidelijk hoe sterk Gods verlangen is, om heel persoonlijk tot ons te spreken,
middenin onze specifieke levens en omstandigheden.
God wil niet dat we leven als mensen die onder het oude verbond staan, mensen die afhankelijk zijn van een geschreven wet. Alles wat Gods Woord ons leert, wijst naar deze ene werkelijheid: Gods verlangen om persoonlijk en actief aanwezig te zijn onder zijn volk (Ezechiël 36:26-28).
Kan een kind van God dus de stem van zijn hemelse Vader verstaan? Zeer zeker.
Dat is zelfs een basislering van het Nieuwe Testament, ofwel het verbond van de Geest.
Het zou trouwens absurd zijn als je wel de stem kunt verstaan van een ander mens die BUITEN je staat en niet in staat bent om de stem van GOD te verstaan die IN je is.
God is dichter bij ons dan wie dan ook.
Daarom is het maar meer dan normaal dat we zijn stem kunnen verstaan.
Hoe komt het dan dat er zo weinig mensen zijn die Gods stem verstaan?
Ik geloof dat dit meerdere redenen heeft.
De hoofdreden is wellicht dat we veel te druk zijn met ons eigen leventje, met onze eigen ‘christelijke’ bezigheden, met onze eigen bijbelstudie, met onze eigen kerkstructuren, met onze eigen verlangens.
Hoewel we zeer christelijk lijken aan de buitenkant, is ons hart niet op God afgestemd om echt naar ZIJN stem te luisteren. Door de drukte waarin we onszelf verstoppen, of waardoor we ons laten overweldigen elke dag, is ons hart niet op Gods stem afgestemd. Net zoals een radio die niet op de juiste frekwentie afgestemd is.
We stellen absoluut de verkeerde prioriteiten.
Hoe vaak horen we niet dat vergaderingen van kerkleiders voor 99 procent bestaan uit langdurig heen en weer praten en discussiëren en slechts voor 1 procent (als het al zoveel is) uit gebed?
Dat is nogal een verschil met wat Gods eerste apostelen ons als voorbeeld gaven: zij waren elke dag bij elkaar en baden samen, vaak met vasten erbij, om zoveel mogelijk van God te kunnen ontvangen. Als zij iemand inzegenden in een functie, vastten en baden ze samen.
God stond daar pas echt op de eerste plaats.
In onze huidige wereld is het dan ook van het allergrootste belang dat we leren om
tijd te nemen met God. Om stil te worden voor God.Om andere zaken opzij te zetten, om ons hart op Hem alleen af te stemmen. Want het verstaan van Gods stem kan pas beginnen, als we leren om alle andere stemmen, inclusief die van onszelf tot stilte te brengen.
God wil tot ons spreken. Van het begin van de Bijbel tot de laatste bladzijde, is dat overduidelijk. Of wij Hem kunnen horen, is echter een zaak die van ons afhangt. Want God spreekt. Hij heeft nooit opgehouden te spreken.
Sommigen menen dat God heeft opgehouden met spreken toen Jezus Christus kwam.
Niets is minder waar. Want in Handelingen, toen Jezus alweer vertrokken was, is God nog steeds aan het spreken, door zijn Geest. Hij leidt de discipelen in wat ze moeten doen en Hij moedigt ze zelfs aan om zich uit te strekken naar zijn profetische gaven!
Ook in de verdere brieven van de apostelen wordt overvloedig gemaakt van Gods spreken. Petrus schrijft bijvoorbeeld: ‘Voert iemand het woord, laat God het dan zijn die door hem spreekt’ (1 Petrus 4:11).
Het kennen van God, waarover in de brieven van de apostelen sprake is, is geen kennen
door verstandelijke informatie op te slaan, maar is een persoonlijk, relationeel kennen. Paulus schrijft dat het persoonlijk kennen van Jezus Christrus hem alles te boven gaat.
Hoe zou deze man van God ooit zijn Heer kunnen kennen, als het absoluut onmogelijk zou zijn om Zijn stem te horen?
Dat zou elke vorm van relatie totaal uitsluiten.
Hetzelfde geldt voor ons.
Als God inderdaad voor eens en voorgoed zijn mond heeft gesloten sinds de komst van Jezus Christus, zou het voor geen enkel mens op aarde ooit meer mogelijk zijn om een band met God te krijgen.
Want een relatie bestaat altijd uit communicatie.
Daarom is het tegenstrijdig om te stellen dat God niet meer tot ons spreekt, en tegelijkertijd instemmen met Gods Woord dat zegt dat we ons moeten uitstrekken naar de profetische gaven, naar het geleid worden door de Geest en naar het ontwikkelen van een persoonlijke relatie met Jezus Christus.
Het spreken van God houdt nooit op,
want Hij is een vriend van iedereen
die hem werkelijk liefheeft.
Een kenmerk van vrienden is dat ze alles met elkaar delen. daarom zeggen de Psalmen ook: ‘Gods vertrouwelijke omgang is met hen die Hem vrezen’.
Als kinderen hebben we het voorrecht om vrijuit bij God in en uit te mogen wandelen.
Het begin om een echte relatie met God te kunnen ervaren, waarbij we niet enkel spreken, maar ook zijn stem leren herkennen, is weten dat God echt in en bij ons is
en ernaar verlangt om deze relatie met ons te ervaren.
Strek daarom je hart uit naar de aanwezigheid van je God en Vader en leer tijd nemen om echt lang bij Hem te zijn. Dan kan Hij je hart tot rust brengen en dan kun je in de stilte en in het kinderlijk overgeven van al je eigen inzichten en kracht, leren wat het is om door God Zelf onderwezen te worden, zoals Johannes zegt in zijn brieven (1 Johannes 2:27).
God is geen verre vreemde, Hij is geen zwijgend standbeeld.
Hij is onze Vader, onze Vriend en onze Helper, die ons in alles heel persoonlijk wil en kan bijstaan met raad en daad.
Hij verlangt naar een intense vriendschapsband met ons allemaal. Dat kan enkel als we tijd en moeite nemen om te leren zijn stem te verstaan.
David Sörensen.
bravenet.com